Het eind juli opgerichte Comité voor de Rechtsstaat uit Amsterdam heeft naar aanleiding van de lopende kabinetsonderhandelingen de fracties van VVD en CDA (tot voor kort een club die bescheidenheid paste) aangeschreven in de hoop een eventuele bestuurlijke samenwerking met de PVV van Wilders te voorkomen. De brief is duidelijk.
Aan: de leden van de Tweede Kamerfracties van VVD en CDA
Ter kennisneming aan: de overige leden van de Tweede Kamer en Eerste Kamer der Staten-Generaal
Amsterdam/Assendelft, 3 augustus 2010
Geacht Kamerlid,
Vrijdag 30 juli 2010 is de dag waarop uw fractie een principiële grens heeft overschreden. Op de avond van deze vrijdag deelden de fractievoorzitters van VVD en CDA, Mark Rutte en Maxime Verhagen, in een verklaring die ze samen met de fractievoorzitter van de PVV, Geert Wilders, aflegden, mee dat ze zouden gaan onderhandelen over een regeerakkoord tussen VVD en CDA, dat door middel van een gedoogakkoord door de PVV gesteund zou worden.
Rutte en Verhagen verklaarden samen met Wilders dat de partijen “elkaars verschil van inzicht” over de vraag of de islam te karakteriseren valt “als óf religie óf (politieke) ideologie”, “accepteren”. En iets verderop herhaalden ze dat nog eens door te reppen van “acceptatie van elkaars verschillen van mening en het volledig aan elkaar gunnen van de vrijheid van meningsuiting over bestaande verschillen van inzicht”.
Wat dit betekende, konden we heel snel zien. PVV-leider Wilders legde aan de verzamelde pers uit dat hij voortaan door zou kunnen gaan met zijn bekende uitspraken over de islam. De werkelijkheid is dus niet zozeer dat de PVV zich bereid toonde een minderheidskabinet te gedogen, maar dat VVD en CDA de rabiate uitspraken van Wilders voortaan officieel gedogen.
Wie het partijprogramma van de PVV raadpleegt, zal constateren dat deze partij onder meer de grondwettelijke vrijheid van godsdienst en levensovertuiging niet op de islam wil betrekken, een heilig boek wil verbieden, hoofddoekjes wil belasten en de “strijd tegen de islam” tot “het kernpunt van ons buitenlandbeleid” wil maken. De PVV keert zich hiermee in ieder geval tegen de artikelen 1 (rechtsgelijkheid), 6 (godsdienstvrijheid) en 7 (uitingsvrijheid) in de Nederlandse Grondwet. Ook dat is binnen ons rechtsbestel toegestaan, maar wel moet geconstateerd worden dat een partij die zich uitspreekt tegen deze fundamentele grondrechten, zich een vijand van onze rechtsstaat betoont.
Lees verder →