Dag mensen,
Ik wil u bedanken voor bovenstaande reacties op mijn stuk. Zoals Conny van Gremberghe in de inleiding al zei, ben ik een beginnend journalist, en feedback zoals dit is superleerzaam voor mij. Graag reageer ik nu op mijn beurt op u. Omdat er enkele inhoudelijke dingen zijn waar ik op zou willen ingaan, maar ten eerste om twee zaken recht te zetten die naar mijn mening verkeerd zijn begrepen.
Ten eerste is dit een ruwe versie van mijn stuk, die ik ter autorisatie naar Conny heb opgestuurd en die hij, met mijn goedkeuring, vervolgens hier heeft geplaatst. Naderhand is er, zowel door mijzelf als door de eindredactie van de Groene, nog behoorlijk aan het stuk geschaafd. (Ik zal het uiteindelijke stuk hier binnenkort ook nog wel even plaatsen ter vergelijking). “De slepende achterpoot van Zeeland” is echter nooit de titel geweest, maar een zin uit de inleiding die Conny blijkbaar kon bekoren en die hij daarom boven het stuk heeft gezet. De titel waaronder het stuk is gepubliceerd is “Wij zijn geen Hollanders en geen Belgen”.
Ten tweede ben ik zelf niet in Zeeuws-Vlaanderen geboren, maar in Friesland. Nu woon ik in Amsterdam, alwaar ik me niet herken in het verdrietige beeld dat Tom hiervan schetst (maar dat gevoel is wederzijds, geloof ik). Wel ben ik altijd veel in Zeeuws-Vlaanderen geweest, omdat mijn vader uit Schoondijke komt en mijn grootouders daar hun hele leven woonden. Ik kwam er met heel veel plezier, kan ik zeggen, net zoals de week waarin ik research deed voor dit artikel mij goed is bevallen. Ik heb dus op geen enkele manier ‘een appeltje te schillen’ met de streek, zoals Chantal oppert. Integendeel. Het schrijven van het stuk heeft me veel nieuwe, mooie dingen geleerd over de regio waar mijn vader opgroeide. Ik zie het zelf dan ook absoluut niet als een pertinent negatief stuk. Het langzame tempo beschrijf ik meerdere keren als prettig in plaats van negatief, evenals de centrale positie tegen de Belgische Randstad aan. Ik laat uitgebreid wethouder Liefting aan het woord, die positief is over de aanpak van de voorzieningen bij de krimp. Ik laat een jong gezin aan het woord dat voor geen goud ergens anders zou willen wonen. De traagheid en de leegheid van het land vind ik prachtig en rustgevend. Dat u hier blijkbaar overheen gelezen heeft, reken ik mezelf aan. Blijkbaar had ik het duidelijker moeten uitspellen.
Bedenk ook dat de krimp voor u als krimpregiobewoner misschien een uitgekauwd onderwerp is, maar voor een heleboel andere Nederlanders wel degelijk interessant is, zeker omdat, zoals Liefting in mijn artikel ook zegt, het een verschijnsel is dat heel Nederland te wachten staat. Dat Zeeuws-Vlaanderen krimpt is een feit en geen ‘geneuzel’, en dat er oplossingen voor gezocht moeten worden betekent niet dat ik het probleem niet zou mogen beschrijven. De schoenen van ‘makkelijk scoren’, ‘selectief winkelen’ en ‘stereotypen bevestigen’ trek ik niet aan. Ik ben niet bevooroordeeld op pad gegaan, ik heb niet bewust de stereotypen opgezocht, ik kende de stereotypen niet eens. Ik heb in de tijd die ik had met zo veel mogelijk verschillende mensen gesproken. Dit is wat ik tegenkwam, dit is wat mensen tegen me zeiden als ik ze vroeg iets te zeggen over Zeeuws-Vlaanderen, en dat u het vervelend vindt dat dat wordt opgeschreven (voor de zoveelste keer, blijkbaar) doet daar niks aan af. Misschien moeten Zeeuws-Vlamingen bij zichzelf te rade gaan en wat vaker vriendelijker spreken over hun streek, dan zouden ze minder vaak negatief geciteerd worden. Verder heb ik nooit de illusie gehad een allesomvattend verhaal te maken, en natuurlijk valt er zoals Liesbeth de Bruijn zegt, over eenzelfde onderwerp ook altijd ook nog honderd andere stukken te schrijven. Maar dit stuk was het eerlijkste en het beste waar ik toe in staat was. Als u het nog steeds een slecht stuk vindt, zie ik het als een schrale troost dat ik alleen nog maar beter kan worden.
Met een hartelijke groet,
Hiske