Hiske Versprille, een aankomend journaliste woonachtig in Amsterdam, maar met echt Zeeuws-Vlaamse roots, zwierf in april/mei van dit jaar geruime tijd rond in deze contreien. Sprak met mensen van verschillend pluimages, fietste en wandelde, nam de bus en keek, luisterde en at. Want eten is haar hobby. Hiske’s verhaal verscheen half juni in de Groene Amsterdammer. Wat volgt op Gremberghe’s Blog is de originele, onverkorte versie.
door Hiske Versprille
Zeeuws-Vlaanderen. Slepende achterpoot van Zeeland. ’Aan het eind van de wereld rechtsaf’, volgens een Amsterdammer. Alleen per pont bereikbaar. Totdat de tunnel kwam. Die zou ontsluiting geven en misschien wel economische opleving. Zoals kortstondig eerder was gebeurd met de vestiging van Dow Chemical in Terneuzen.
Maar de tolweg onder de Westerschelde wordt vooral de verkeerde kant op gebruikt. Jonge mensen en hoogopgeleiden vertrekken, huizen verkrotten. Als in een dorp drie nieuwbouwhuizen zijn neergezet, heet het een groeikern.
’We zijn geen Zeeuwen, we zijn geen Vlamingen,’ zeggen ze. ’Middelburg luistert niet naar ons en Den Haag weet niet eens dat we bestaan.’ De PVV werd de grootste in twee van de drie gemeenten. Als de Belgen volgend jaar het rekeningrijden invoeren, wordt het isolement volgens velen nog groter. Krimp en bekrompenheid? Of toch kansen?
Lees verder

