Te Gast Rob van Bedaf: Folkloristisch kwaad

vlagBeeldhouwer, schrijver, dichter, kunstenaar en mens Rob van Bedaf schreef – alvorens hij onderdook (anderen noemen het op vakantie gaan) een stuk over het Landje Apart en zijn menschen. Mild kritisch, maar daarom niet minder gemeend. In de rubriek Te Gast zijn verhaal. Lees en huiver (lach en relativeer).

“Folkloristisch Kwaad

Zeeuws-Vlaanderen afficheert zich in haar Volkslied als ‘Landje Apart’. Durf de connotatie maar aan! Na de eerste Wereldoorlog wilde België het aparte landje annexeren, waarna het Volk de straat op ging om het Nederlands staatsburgerschap af te dwingen. Voor een enkeling nog altijd een pijnlijk twistpunt op feestjes: Holland staat voor Den Haag en voor Den Haag bestaat Zeeuws-Vlaanderen niet. Menig Landje-Aparter noemt zich ReserveBelg. Nooit begrepen waarom en komt mij voor als een bespottelijke Geuzennaam. Maar goed. Het nijver Volkje hoort bij Holland noch bij Vlaanderen. In Zeeuws-Vlaanderen heerst –op een kleine enclave na- het Rooms, Bourgondische leven, in tegenstelling tot de Bevelanden ten noorden van de Westerschelde. Het hedendaagse stigma waarmee dit geïsoleerde gebied zich marktdenkt noemt Krimpregio. Burgervaders uit gemeenten als Oostburg, Terneuzen en Hulst zijn steevast op Migratiemarkten te vinden Hollanders en Vlamingen te paaien hier te komen wonen. We hebben de veerboten afgeschaft en kunnen door twee tunnels naar Middelburg. De tunnels beoogden het doel dat Middelburg naar hier kwam. Nu blijkt dat de tunnel krimp aanwakkert. We gaan werken en winkelen aan de overkant.
Ik woon nu zo’n 17 jaar in het dorp Westdorpe, na eerst een viertal jaar in Hulst te hebben gewoond tussen Basiliek en Sekscinema. Recentelijk gehouden provinciale verkiezing in gemeenten Terneuzen, waaronder Westdorpe valt, en Hulst liet een opkomst zien van gemiddeld 47 %, waarvan 12 – 14 % op de PVV heeft gestemd. Grofweg heeft dus 1 op de 6 kiezer op Wilders gestemd. Een verontrustend aantal, en dan te bedenken dat er op een totaal inwonertal van een krappe 100.000, in een gebied vier keer zo groot als Amsterdam, zo’n 145 inwoners per km2 (Ter vergelijking: Amsterdam 5000 inw/km2) het in Zeeuws-Vlaanderen straf zoeken blijft naar de gevreesde allochtoon. Ik ben verheugd wanneer ik een bruine Meneer tegenkom tijdens de Mosselfeesten of een opgeschoten pubermeisje met hoofddoek Whatsappend van middelbare school naar dorpskern zie fietsen. Mijn leefomgeving is in beweging. Ik groet hen dan een gemankeerd persoonlijk welkom in naam van de eenling, in de hoop dat zij moed putten het stelselmatig zwijgen van de meerderheid te trotseren. Kan zomaar dat je iemand groet die dan dwars door je heen kijkt.
In Westdorpe woont één bruine Meneer. Nu er bij hem terminale darmkanker is geconstateerd, moet ik vrezen voor een blank dorp. Oh ja, een Joods gezin –een van hun kinderen zat bij mijn dochter in groep 3 van de basisschool- heeft het hier na twee jaar afgetrapt. Je komt er moeilijk tussen. Deze vergeefse inspanning is vernederend. Moet je niet willen. Dan werd mij verteld dat ik mij moest aanpassen en vroeg op mijn beurt: ‘Aan wie. Aan jou?’. Als geboren Rotterdammer ben ik een Hollander. Welke bijdrage ik hier ook lever aan gemeenschapszin, ik zal altijd ‘die Hollander’ blijven. Zelfs inwoners uit de grote stad Terneuzen -17 kilometer verwijdert van mijn Dorp- die hier naartoe zijn verhuisd, zullen nooit worden toegelaten tot het gilde van de ‘echte’ Westdorpenaar.
Mijn afgedwongen ‘status aparte’ als lokaal scheppende ziel verleent mij ruimte te ageren tegen de vooroordelen die Zeeuws-Vlamingen hebben over Moslims in bijzonder en Buitenlanders (Bucht) in het algemeen. Ik word geaccepteerd in deze Narrenrol, wat impliceert dat ik alles kan zeggen, maar mijn woorden niet serieus worden genomen. Ik lul dus tegen dovemansoren in de hoop dat ik een wolk van collectief bewustzijn voed, van waaruit ooit introspectie regent. Ook ik heb onverbloemde discriminatoire toespelingen ervaren op mijn Hollanderschap. De reputatie van een Hollander staat op gespannen voet met de demografische pikorde. Zoals gezegd: op de een of andere manier ben ik geaccepteerd als een ‘Aardige’. Een vreemde snuiter die deugt. Maar ik ben dan ook blank en niet van de verkeerde Profeet, vervaardig grafzerken voor Heer Crucificx en leeg mijn Jupiler pint even gulzig als de medewerkers van het loonbedrijf tijdens oogsttijd. Dat helpt! Ik permitteer mijzelf –mogelijk uit naam van het grote onrecht of willige recalcitrantie – voor reuring te zorgen door in een dorpscafé flink aan de Toog te schudden wanneer er met algemene goedkeuring de meest flagrante leugens worden verkondigd over ‘Bucht van Buten’ en een ieder dociel-schuldige BlankBoer een bijdrage levert aan de Wij-cultuur met uitspraken die op Social Media als racistisch worden bestempeld. Ik wil er niet aan wennen, en ervaar deze xenofobie als een uiting van folkloristisch Kwaad. Zo zorgelijk schrijdt een gewenningsproces kennelijk voort.
Zo heb ik een tijdje terug een enquêteformuliertje in mijn binnenzak gestoken om ‘ter lering ende vermaak’ de gemeenschap wat aan het denken te krijgen. Geen sinecure, maar het verschafte mij wel het alibi om de goedgeluimde ambiance wat te provoceren en eens te kijken hoe het mechanisme van ingebakken standpunten, ‘het erbij horen’ door verderfelijke bon mots toe te juichen, zich verhield tegen zintuiglijke- en meetbare overlast als bijvoorbeeld stank. Stank staat voor varkens- en kippen bio-industrie. Hoe gek het ook klinkt, maar juist in agrarische gebieden zijn de Boeren niet erg geliefd. De oude dagloners hebben met hun overlevering bijgedragen de Boerenstand in een despotisch daglicht te plaatsen. Ahwel, de respondent moest dus kiezen uit drie scenario’s van een fictief projectontwikkelaar die grond aankoopt in de polder en overlast zouden veroorzaken voor de leefkwaliteit van betreffende woonkern:
100.000 kippen erbij.
10.000 varkens erbij.
100 asielzoekers erbij.
Ik scoorde er flink tumult mee aan de toog van Café ‘Eikels worden Bomen’. Een enkele AuToogZoon reageerde agressief en weigerde medewerking. Hoofdbrekens doen pijn. Vertwijfeling maakt kwetsbaar. Ik bracht hen in verlegenheid in het openbaar een principiële keuze te maken. De meesten plaatsten overtuigend, begeleid door een macho hûh!-klank, een kruis bij optie 1. of 2. Liever stront en stank, dan een asielzoekerscentrum voor 100 oorlogsvluchtelingen. Natuurlijk ben ik met mijn insignificant onderzoek ook mensen tegen gekomen die vóór opvang van asielzoekers kozen in onze krimpregio, met die kanttekening dat deze Progressieven niet van ‘hier’ zijn, import, of zich abusievelijk op inferieur geboorterecht beroepen en aldus een ‘afvallige’ mening hebben.
Is dit Landje Apart xenofoob? Zijn mijn DrinkeBroeders slechte mensen en PVV-stemmers evident racistisch? Mogelijk dat U volmondig ‘Ja’ zegt. Ik weet het niet. Durf het niet te zeggen. Kan het soms niet laten. Zo ken ik Raf, afkorting van Raphaël. Gepensioneerd aannemer met wie ik de afgelopen 11 winters mijn houtvoorraad op peil houd. We ‘doen een boom uit’, korten af met kettingzaag, klieven hydraulisch, tasten het haardhout op en klokken vier glazen Westmalle Triple naar binnen. Raf is apolitiek, zo meent hij. Heeft niets tegen buitenlanders, stemt PVV, en stoeft als zeventigjarige dattie zijn vrouw nog dagelijks neukt. Ik reed bijna zijn horige Rottweiler aan bij het verlaten van zijn Hof. Heb Raphaël in feestroes ooit op zijn kale kruin gezoend. Beter van niet. Werd mij vergeven. Ben nooit gebeten.
Ik probeer een zekere mildheid, een Geert Mak-Jorwerd-mildheid te internaliseren. Een preistok te breken voor de geborneerde, in beschutte omgeving opgevoede Zeeuws-Vlaming. Hen niet elitair-moralistisch als intrinsiek racist of bruin xenofoob af te schilderen. Hij of zij heeft angst voor alles dat van buiten komt. Ik heb ooit een pril Meiske aan het schrikken gemaakt met mijn pick-up truck omdat zij de vorige avond Tv-beelden had gezien van Talibanstrijders die een punt50-mitrailleur op hun Nissan hadden geïnstalleerd. Na acht uur gaan de luiken dicht en blijft de deur ook dicht voor een collectant van de Darmkankerstichting. Gekke dingen, zoals een zelfverklaard hardwerkende procesoperator zonder directe aanleiding, alsoffie een boer laat, jou een Gelukszoeker noemt. Deze Aardappeleters hebben geen of nauwelijks vriendschappelijk banden met Hollanders, laat staan met exoten. Vreemde vruchten, dat zijn we! Verder beschuldig ik de lokale kranten BN/deStem en PZC van tendentieuze verslaggeving, én is er incidenteel ook in Zeeuws-Vlaanderen sprake van Turkse- of Marokkaanse- of Antilliaanse criminaliteit. Als reuzel gaat dat er in! Smeer dat op één-keer-per-dag-8 uur-journaal-kijken en de geest ontaardt. U moet namelijk niet vergeten dat in het buitengebied van oudsher een sterke zucht is naar beslotenheid. Een waterloop bleek soms al een onoverkomelijke grens om buren ter wille te zijn. Zo ging dat! In Zeeuws-Vlaanderen voelt men zich zelfs geen Zeeuw. Zeeuwen wonen aan de ‘overkant’ van de Schelde. Het is een aard van deze Mensch, gelijk Eilanders. Vlamingen in hun rug en water als horizon. Gemeenschappen bewaken hun volksaard en stoten zo de andere gemeenschap af. Zo heeft de Axelaar bij geboorte ‘t Schijt’ aan de Hulstenaar, evenals de Terneuzenaar die bewoners van het vestingstadje ‘Muilentrekkers’ noemt en zijn voetbalwedstrijden tussen RIA-Westdorpe en Corn Boys-Sas van Gent, aan de overkant van het kanaal, ware veldslagen. Mogelijk dat de geest van een rudimentaire territoriumdrift, of het onmiskenbare Calimero-effect, meer vertelt over de aard van de Zeeuw-Vlaamse burger dan hen te benoemen als Racist of Xenofoob. Het kan ook zijn dat mijn sociale overlevingsdrift zich uit in praktische mildheid en dat ik de balk in mijn geassimileerd oog niet zie. Onlangs vertelde Raf mij trots dat hij voor derde keer een kleinkind verwacht van zijn jongste dochter. Zij is getrouwd met de Klusjesman van het Dorp en woont op de ‘Buten’ met uitzicht op Olifantengras. Op zaterdag ‘trekt hij vuulte’. Opa heeft dat huis nog zelf ‘gezet’. Ik heb het arduinen naamboord vervaardigd met de lapidaire tekst: PleXat. Doe mij dan 5000 Nieuwkomers.”

Rob van Bedaf.
Augustus, 2015.
Westdorpe.

Over van Gremberghe

Journalist en internetondernemer. Verslaggever in algemene dienst. Schrijft over Zeeland, Neder- en buitenland. Over wat wel en niet gebeurt, over reizen en soms over gewone mensen. Immer gedreven en oprecht, voor zover daar sprake van kan zijn.
Dit bericht is geplaatst in DAAR : Zeeuwse zaken, GINDER; Nationale en internationale zaken, HIER ; Zeeuws-Vlaamse zaken met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.

10 Responses to Te Gast Rob van Bedaf: Folkloristisch kwaad

  1. Hans Kok schreef:

    Deze persoon maakt een rekenfoutje, 12% is 1 op de 8, en minder dan 1 op 16 als je alle kiezers erbij betrekt.

    • Rob van Bedaf schreef:

      Beste Hans Kok,

      inderdaad, een denkfout!
      13 % van het opkomstpercentage 47 is gelijk aan 6.1
      Ik heb abusievelijk de som 47 : 13 gemaakt.

      Met gepaste groet,

      Rob.

  2. pclijsen schreef:

    Leuk stuk van ons Rob, maar ik maak na veertig jaar ZVer zijn van Brabantse afkomst, hihi geen Ollander dus, ook veel lieve mensen mee, ook op de buutn. Die geblondeerde domheid zal ook nog wel nekeer keren en in de randstad woont men ook gelukkig en tevree in hun eigenste durp, ook als dat midden in de grootstad ligt. ( een wijk is de antieke benaming voor een dorp) Een doorsnee rotowner of adammer weet mogelijk minder van het “eiland” Zeeuws Vlaanderen dan de gemiddelde ZVer van R en A weet.
    De elektorale oogst in de randstad laat niet veel betere kengetallen zien, als het over blondie gaat. wordt er dus niet depri van. Alles zal reg komn.

  3. Charles ten hengel D 66 schreef:

    Na ruim 10 jaar woonachtig in Zeeuws Vlaanderen moet ik het betoog van Rob in alle toonaarden beamen.
    Zelfs binnen de kerken wordt “aansluiting” moeizaam als ” je niet van hier bent”.

    Charles ten Hengel.

  4. John schreef:

    Beste Rob,
    Zo te lezen moet je frustratie wel héél diep zitten, en idd heb je op tot op zekere hoogte misschien wel een klein beetje gelijk, echter de Zeeuws-Vlamingen zijn van nature gereserveerd en niet zo toegankelijk als Ollanders cq Brabo’s.
    We hebben wat minder woorden nodig om iets duidelijk te maken.
    Misschien is de oplossing sport (sport verbroederd) , en als Ollander niet proberen overal bovenuit kraaien en te betweterig/beter wetend zijn kan zeker helpen.
    Ik heb als 70 jarige (geboren en getogen in Z.Vl.) al vele jaren Ollandse en Brabantse vrienden in diverse clubs waar we graag samen een pint drinken/lachen na gedane prestaties.
    Sterker nog , we zijn al verschillende keren samen met vakantie geweest en nog, dus het kan wel.

    • Rob van Bedaf schreef:

      Beste John,

      mijn mogelijke frustratie strekt zich niet verder uit dan dat U de strekking van mijn verhaaltje niet begrijpt. Ik breek juist een Preistok (lees: lans) voor de Zeeuws-Vlaming waarmee ook ik een warme band heb en deze graag koester.

      Met vriendelijke groet,

      Rob.

  5. Wim Diepeveen schreef:

    Rob for President!

Reacties zijn gesloten.