Poldergekte

Terwijl het dagelijks provinciebestuur alle moeite betracht om de Hedwigepolder nu al ingericht te krijgen als een nieuwe toeristisch recraetiegebied ijvert het waterschap Zeeuws-Vlaanderen nog steeds voor alternatieven voor de voorgenomen ontpoldering. Ik kan het een niet rijmen met het andere. Al jaren is het waterschap gebrandmerkt als een weinig democratische organisatie die enkel oog heeft voor de noden van de boeren en niet beschouwd kan worden als een algemeen volksvertegenwoordigend lichaam. De provincie als middenbestuurslaag heeft een beeldmerk dat ook al niet zo sterk is. Toch speelt het schap nu in op een vrij breed gedragen standpunt in het Zeeuwse tegen de voorgenomen inundatie en zoekt het schap actief naar alternatieven. Met name de inzet van Adri Provoost van het schap moet geprezen worden.
In de optiek van het schap kunnen tientallen hectares buitendijks slik opgewaardeerd worden tot nog meer hectares schor met hogere natuurwaarden. Zonder dat daarvoor dijken moeten worden doorgestoken. Bij het strandje van Paulinahaven, bij de Braakmanhaven – nu een kaal slikkengebied met een zandrand waar Belgen pieren steken en verdwaalde homo’s wat anders – kan door het aanbrengen van een steveige kleilaag en extra zand op vrij eenvoudige en goedkope wijze 60 tot 80 hectare nieuw schor worden geschapen. En zo zijn er langs de boorden van de Wester meer plekken.
In een brandbrief aan het ministerie van LNV probeert het schap nogmaals aandacht te vragen voor de alternatieven, omdat die naar de overtuiging van het schap niet goed zijn onderzocht en meegewogen.
Gelijkertijd gaat het dagelijks provinciebestuur voorbij aan de nadrukkelijke stellingname van het electoraat tegen ontpoldering en predikt de litanie van de nieuwe natuur.
Hulst krijgt er volgens GS een prachtnatuurgebied bij dat horden dag-en verblijfsrecreanten kan trekken, lEn wie gelooft dat? is het land van Saeftinghe dan zo’n trekker? Twinitigduizend vogelaars mogen per jaar het schor in. Het Zeeuws Landschap wil er niet meer toelaten, omdat dan de natuur verstoord wordt. En dat zou dan straks in de Hedwige wel mogen. Lijkt me niet. Bovendien weten GS wel waar die polder ligt? Weet je wat die wandelaar moet doen om er te komen? Is het gebied – vlakbij de oprukkende grootindustrie van Linkeroever – wel zo aantrekkelijk gelegen.?
Vraag het eens na in het Land van Hulst.
Ik vind het helemaal niet zo vreemd dat het vertrouwen in het middenbestuur afneemt en afneemt…

Over van Gremberghe

Journalist en internetondernemer. Verslaggever in algemene dienst. Schrijft over Zeeland, Neder- en buitenland. Over wat wel en niet gebeurt, over reizen en soms over gewone mensen. Immer gedreven en oprecht, voor zover daar sprake van kan zijn.
Dit bericht is geplaatst in HIER ; Zeeuws-Vlaamse zaken. Bookmark de permalink.

2 Responses to Poldergekte

  1. Cees Maas schreef:

    Goed gezien. Adri Provoost kan niet genoeg worden geprezen. Hij komt namelijk uit een Walchers dorp dat bijna uitsluitend buitengemeen begaafde zonen heeft voortgebracht.
    Nog een opmerking over het verschijnsel Waterschap. Dat is juist de oudste democratie die je in Nederland kunt vinden. Van oorsprong waren het polderbesturen, die al aan meerderheid van stemmen en vrijheid van meningsuiting deden, toen de rest van ons landje elke afwijkende mening met goedendag en hellebaard vrolijk de kop insloeg.

  2. Tom schreef:

    En toch denk ik dat ontpoldering een kans uit duuzenden is. Ik zie buitendijkse drijvende boerderijen. Runderen en schapen grazen op de schorren. In de schuren wordt vis gekweekt, hangcultuur mosselen in de geulen en boeren bewerken met zelf ontworpen machines de percelen vol met lamsoor en zeekraal. Er wordt groene energie in een getijdecentrale in het gat in de dijk geproduceerd. De Hedwigepolder is nog nooit zo bedrijvig geweest sinds de zeedijk is verlegd.

    Perkpolder bewijst dat recreatie en ontpoldering elkaar kunnen versterken. De Hedwigepolder gaat bewijzen dat landbouw en ontpoldering een toegevoegde waarde zjin. Van delta’s (ik ben altijd geneigd dit met een hoofdletter te schrijven) over heel de wereld komt men kijken naar deze twee voorbeeldontpolderprojecten. Want nee, recreatie tussen de koeltorens van Doel en de smeerpijpen van de BASF lijkt me niet zo’n goed plan van GS.

    PS. Als ik als amateur al zoveel kansen zie, hoeveel kansen moet een ingenieur dan wel niet zien?

Reacties zijn gesloten.